Het vaak verrichten van moneytransfers voor anderen kan een misdrijf opleveren

Verdachte (vd) wordt vervolgd en veroordeeld wegens het werkzaam zijn als geldtransactiekantoor omdat hij veel moneytransfers heeft verricht voor derden tegen betaling. Het werkzaam zijn als transactiekantoor is verboden op grond van de Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt) tenzij er een vergunning is verleend.

Verdachte heeft verklaard dat hij in de periode van 1 september 2006 t/m 31 mei 2008 moneytransfers heeft verricht voor derden naar o.a. de Dominicaanse republiek, Colombia, Panama en de Nederlandse Antillen. Hij ontving voor die transacties een vergoeding tussen 75 en 100,- per keer.

Uit een pv van FIU blijkt dat de vd 33 verdachte transacties heeft verricht over de periode van september tot oktober 2007. Hij heeft voor een totaalbedrag van € 102.284,- money transfers verstuurd naar de Dominicaanse Republiek (28x), Costa Rica (1x), Colombia (1x), Panama (1x) en een onbekende bestemming. Uit een ander pv blijkt dat er in de periode van eind oktober 2007 tot begin mei 2008 29 verdachte transacties (money transfers) werden uitgevoerd door vd. Het ging om bedragen tussen 90 en 4.660 euro.

De advocaat van vd heeft aangevoerd dat vd zelf niet werkzaam is geweest als transactiekantoor. De vd deed moneytransfers voor derden tegen betaling. Volgens de advocaat ben je dan geen geldtransactiekantoor zoals wordt bedoeld in de Wet inzake de geldtransactiekantoren (Wgt). Vd leverde alleen geld in bij transactiekantoren zoals het GWK en de Goffinbank. Deze kantoren verrichten de geldtransacties, niet de vd.

Volgens het hof en de Hoge Raad is dat de verdachte wel zelf als geldtransactiekantoor werkzaam geweest. De Wgt moet zo worden uitgelegd dat iemand “die, zoals de verdachte, beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van derden geldtransfers verricht, kan worden aangemerkt als degene die als ‘geldtransactiekantoor’ ‘geldtransacties uitvoert’ in de zin van art. 1, aanhef en onder a sub 3º, Wgt”.

Op grond van artikel 3 Wgt is het verboden als geldtransactiekantoor werkzaam te zijn (zonder vergunning).
Op grond van artikel 1 sub 2 Wet op de economische delicten (WED) is een overtreding van artikel 3 Wgt een economisch delict.
Op grond van artikel 6 lid 1 WED wordt dit delict in geval van een misdrijf gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, taakstraf of geldboete van de vierde categorie en in geval van een overtreding, met hechtenis van ten hoogste zes maanden, taakstraf of geldboete van de vierde categorie.
Overtredingen van artikel 3 Wgt zijn misdrijven, als ze opzettelijk zijn begaan; als ze niet opzettelijk zijn begaan zijn het overtredingen (zie artikel 2 WED).

Conclusie
Iemand die in een bepaalde periode meerdere moneytransfers uitvoert voor derden tegen betaling kan worden vervolgd voor het overtreden van de Wgt. Als diegene opzet had is het een misdrijf. In dat geval kan de overtreding van de Wgt als gronddelict worden gebruikt voor witwassen. Hij of zij kan dan dus (ook) vervolgd worden voor het witwassen van het geld dat hij met de moneytransfers verdiend heeft. Hoeveel moneytransfers iemand moet verrichten of hoe lang hij of zij dit moet doen is niet precies te zeggen. In deze zaak ging het om 62 transacties in een periode van 18 maanden.

Schuldwitwassen
In deze zaak is de verdachte ook veroordeeld wegens schuldwitwassen voor het doen van moneytransfers omdat hij geldbedragen voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen terwijl hij moest vermoeden dat die bedragen uit misdrijf afkomstig waren. Vd verklaarde dat hij geld overmaakte voor verschillende prostituees. Hij kon dit maar aantonen voor 2 moneytransfers. Het hof vond de verklaring van verdachte niet geloofwaardig en kwam op grond van het volgende tot het oordeel dat de overige getransfereerde bedragen uit misdrijf afkomstig waren en dat vd dit redelijkerwijs had moeten vermoeden:

“Gelet voorts op de omstandigheden dat – het ging om grote contante geldbedragen, terwijl het algemeen bekend is dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld; – de transacties in geen enkele verhouding staan tot de inkomsten van de verdachte; – geen gebruik werd gemaakt van het normale financiële verkeer; – het aanmerkelijk duurder is om geld met een moneytransfer over te maken dan door middel van een girale transactie; – de verdachte een beloning kreeg voor de uitgevoerde transacties,

is er geen enkele aanleiding te veronderstellen dat het geld van de overgebleven 49 moneytranfers legaal was en kan het niet anders zijn dan dat het geld van misdrijf afkomstig was.

Op grond van bovengenoemde omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, had de verdachte redelijkerwijs moeten vermoeden dat de door hem ter overmaking naar het buitenland in ontvangst genomen geldbedragen van misdrijf afkomstig waren”.